Burgervoogdij biedt continuïteit

Monique van Baarle 20-01-2026
176 keer bekeken 0 reacties

Bij beëindiging van het gezag en het benoemen van een voogd kijken wij altijd eerst of er iemand is in het sociale netwerk rond het kind die deze taak op zich kan nemen,’ zegt Merel van Kralingen, gebiedsmanager regio Haaglanden bij William Schrikker Jeugdbescherming (WSJ)

‘Een burgervoogd kan veel meer continuïteit garanderen dan wij als gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming.’ Twee voorbeelden laten zien hoe dat werkt.

‘Helaas lukt het lang niet altijd om een burgervoogd te vinden,’ vertelt Merel. ‘Veel mensen schrikken terug voor de verantwoordelijkheid. Of ze zijn bang voor eventuele financiële consequenties. Het is niet altijd gemakkelijk om daar oplossingen voor te vinden. Maar soms lukt het wel. Dat is mooi, voor alle betrokken partijen!’

Merel was, voordat ze in het management terecht kwam, zelf elf jaar professioneel voogd bij WSJ). Ze heeft de jeugdbescherming sindsdien sterk zien veranderen. Het personeelsgebrek nam toe, mensen wisselen steeds vaker van baan, continuïteit is lastig te realiseren. Zeker bij langer durende maatregelen, zoals een voogdij, die jaren kan doorlopen. Juist bij voogdij is het opbouwen van een band met het kind erg belangrijk. Bij professionele voogdij is dat steeds lastiger te realiseren. Daarom staat ze volledig achter het idee om waar mogelijk een stevige, betrokken burger als voogd aan te stellen. Iemand die al een band heeft met het kind en ’vanuit innerlijke motivatie’ meer voor het kind wil betekenen.

Enthousiast geeft ze twee (anoniemen) voorbeelden uit de praktijk van haar tijd als jeugdbeschermer.

Bij tante

Het jongetje was tien jaar oud en woonde bij zijn tante. Zijn vader was nooit in beeld geweest, zijn moeder kampte met chronische verslavingen – ze woonde afwisselend in instellingen, op straat of in opvanghuizen. Omdat zijn moeder het ouderlijk gezag niet kon waarmaken werd dat beëindigd. Dus moest er een voogd worden aangewezen. ‘De eerste persoon waar je dan aan denkt is die tante - zijn pleegouder,’ vertelt Merel. Maar die wilde niet, om de band met haar zus, de moeder van het jongetje, niet te belasten.

Merel: ‘Vaak betekent dit, dat wij als gecertificeerde instelling de voogdij op ons nemen. Maar in dit geval bleek er een alternatief. De jongen had op de basisschool bij toeval twee jaar achter elkaar dezelfde groepsleerkracht. Die voelde zich erg betrokken bij de situatie en wilde graag iets betekenen voor de jongen, ook op de langere termijn. Maar ze had wel twijfel. De moeder had een bezoekregeling, maar kwam die niet altijd na. Of ze dook opeens op, buiten de afgesproken tijden. Het zorgde voor onrust.’

De rechter wist een oplossing: in de uitspraak waarin de leerkracht de voogdij kreeg opgedragen, stond nadrukkelijk dat zij ook de bevoegdheid kreeg om de bezoekregeling op te schorten, mocht moeder zich niet aan de afspraken blijven houden. Dat gaf rust. Bovendien bleek de jeugdconsulent van het gemeentelijke sociale wijkteam bereid om de leerkracht te ondersteuning in haar taak als voogd.

‘We hebben samen een borgingsplan gemaakt. Daar staat ook een contactpersoon van ons in, die ze altijd kunnen bellen als er sprake is van een crisissituatie. Ook het kind zelf. Er heeft overigens tot nu toe nog niemand gebeld. Verder hebben wij deze casus helemaal losgelaten. Omdat wij geen wettelijke rol meer hebben, mogen we zelfs niet eens op de hoogte gehouden worden hoe het gaat. Ik vind dat prima. Als het sociale netwerk zelf de problemen de baas kan, dan is onze inzet helemaal niet nodig.’

Scouting

Het meisje was dertien en woonde al even in een instelling in een klein dorp. Een hechte gemeenschap, waarin mensen elkaar kennen. Ze zat daar op Scouting, waar ze het erg naar de zin had. Vooral met één van de leiders had ze een sterke band – het klikte tussen die twee.

Merel: ‘Toen het gezag van de ouders beëindigd werd en er een voogd aangesteld moest worden, vroeg het meisje zelf aan ons of hij dat niet kon worden. Nou is dat voor ons bepaald niet vanzelfsprekend. Er zijn drie categorieën mannen waarbij onze wenkbrauwen al snel omhoog gaan: huisvrienden, sportleraren en begeleiders bij jeugdverenigingen. Het is natuurlijk een vooroordeel, maar er zijn in het verleden zoveel incidenten geweest, dat je als vanzelf argwanend wordt.’ Dat bleek in dit geval niet nodig. De beoogde voogd bleek een vertrouwde figuur in het dorp, iemand met een goede reputatie als verbinder in de lokale samenleving. En zonder belast verleden, in welk opzicht dan ook. Hij nam de voogdij met plezier op zich.

Inmiddels is het meisje 18. De scoutingleider is nu haar mentor en bewindvoerder. ‘Die continuïteit is voor het kind enorm belangrijk,’ benadrukt Merel. ‘En die kunnen wij als gecertificeerde instelling nooit bieden.’

Meer informatie

Afbeeldingen

Contact

nieuws@sbjh.nl

 

Jeugdhulpregio Haaglanden bestaat uit de volgende gemeenten: Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Delft, Wassenaar, Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delfland, Westland.

Dit platform is een initiatief van het Programmabureau Jeugdhulp Haaglanden en het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden.

 
Cookie-instellingen